Carrière maken, een hoge positie vervullen … wie wil dat nou juist niet? Wat zou het mooi zijn als je vooraanstaande zakenmensen of politici in jouw kantoor of huis kunt ontvangen. Dan ben je pas echt belangrijk, toch? Maar volgens Jezus gaat het hier juist níet om.

Lees Marcus 9:30-37

Bij aankomst in een huis in Kafarnaüm, vraagt Jezus aan de discipelen (ook wel Jezus’ leerlingen genoemd) waar zij onderweg over spraken. Het huis in Kafarnaüm is mogelijk het huis van Simon Petrus, één van deze discipelen.
De discipelen geven geen antwoord op Jezus’ vraag. Als ze een eerlijk, open antwoord geven, is dat nogal beschamend: ze hadden onderweg ruzie over de vraag wie de belangrijkste is! En dus zwijgen ze.
Maar Jezus weet waarschijnlijk precies waar hun gesprekken over gingen. Hij roept alle discipelen bij zich (vers 35) en zegt tegen hen:

“Als iemand de eerste wil zijn, zal hij de laatste van allen zijn en de dienaar van allen.”

Hiermee wil Jezus het volgende zeggen: Wil je graag belangrijk zijn in Gods Koninkrijk? Dan ben je dat juist níet. Degenen die zelf het belangrijkste willen zijn, krijgen in Gods Koninkrijk de laagste plaats en komen dus helemaal achteraan in de rij te staan.

Een kind ontvangen
Om dit duidelijk te maken, haalt Jezus er een kind bij. Een kind wordt over het algemeen niet gezien als heel betekenisvol. Kinderen hebben nog geen positie of waardigheid. Bij belangrijke zaken tellen zij niet mee.
Hij zegt: “Wie één van zulke kinderen ontvangt in mijn naam, ontvangt Mij. En wie Mij ontvangt, ontvangt niet Mij, maar Hem die Mij gezonden heeft.” (vers 37)

Eigenlijk draait Jezus de kwestie om. De discipelen vragen zich af hoe ze door anderen ontvangen worden: als heel vooraanstaand of niet? Maar Jezus laat zien dat het erom gaat hoe zij anderen ontvangen. Zij moeten zichzelf niet te min vinden om zelf onbetekenende kinderen te accepteren en er voor hen te zijn. Juist wie díent, wordt groot in Gods Koninkrijk.

Jezus ontvangen
Het is opmerkelijk dat Jezus zegt: “Wie één van zulke kinderen ontvangt in mijn naam, ontvangt Míj.” Wat zou hij hiermee bedoelen? Als je kinderen ontvangt in Jezus naam – dus namens Jezus – ontvang je eigenlijk Jezus Zelf.
Jezus laat er ook nog op volgen: “En wie Mij ontvangt, ontvangt niet Mij, maar Hem die mij gezonden heeft.”
Met ‘Hem die Mij gezonden heeft’ bedoelt Jezus God de Vader. Wie een kind accepteert en er voor dit kind wil zijn, dient hiermee uiteindelijk niet alleen het kind, maar Jezus. En uiteindelijk niet Jezus, maar God Zelf! Zo belangrijk is het om er voor minder belangrijke mensen te zijn. Zo dien je pas écht God!

Voor deze week:

  • In Gods Koninkrijk gaat het erom dat je er juist bent voor de mensen die geen status of hoge positie hebben. Streef jij ernaar om te dienen of wil je juist belangrijk zijn en een hoge positie bekleden?
  • Wat voor consequenties heeft dit bijbelgedeelte voor jouw leven van dit moment?

Meer bijbelstudies  over Marcus vind je hier

Wat je moet weten over het Evangelie van Marcus

In de tijd van de Bijbel hadden ‘rabbi’s’ (geleerden) meestal leerlingen. Toen Jezus, Gods Zoon, op aarde was, had hij óók leerlingen. Eén van deze leerlingen was Petrus. Nadat Jezus weer was opgevaren naar de hemel, heeft Petrus’ leerling Marcus het Evangelie van Marcus geschreven. Marcus heeft Jezus Zelf op aarde niet meegemaakt. Maar Petrus heeft hem wel verteld welke wonderen Jezus op aarde deed, hoe Hij zich gedroeg en wat Hij zei. Dat alles heeft Marcus opgeschreven en zo ontstond het Evangelie van Marcus.
Het woord ‘Evangelie’ komt uit het Grieks en betekent ‘goede boodschap’. Het Evangelie van Marcus gaat ook over een goede boodschap: de komst van Gods Zoon Jezus, de Redder, op aarde. Hij kwam op aarde met dit doel: God en mensen weer bij elkaar brengen. Daarover lees je uitvoerig in dit mooie bijbelboek.